Bezoek aan de Galerij D’Ieteren _

Een tijdje geleden kreeg ik de uitnodiging van Audi-Heritage om samen een bezoek te brengen aan de  privé Galerij van D’Ieteren. Voor mij was dat een uitstekende gelegenheid om kennis te maken met de firma D’Ieteren, gezien ik er niet bij was toen onze DKW Club dit privé museum bezocht. Op vrijdagavond door Zuidbrusselse jungle rijden juist na de migrantenrellen met mijn DKW zag ik niet zitten, daarmee kwam ik met mijn ouwe Renault als enige het terrein opgereden. Dat mag je letterlijk nemen, het is een goed bewaakte parkeerruimte op het eerste verdiep.
We werden er met open armen ontvangen door de gepassioneerde gastheer Philippe Casse.
Bij de toegang kregen we een korte uitleg wat D’Ieteren allemaal in hun portfolio hebben, want Volkswagen en Audi zijn zeker niet de enige merken …. Bugatti, Skoda, Lamborghini, Porsche ook andere takken in de autobranche zoals Carglass zitten allemaal in hun portfolio.
Terloops werd opgemerkt door Philppe Casse dat alle tentoongestelde wagens rijklaar zijn op drie modellen na en dat waren de Rijkswacht Porsche, een pre-productiewagen 959 van Porsche en een houten carrosserie van D’Ieteren zonder onderstel, over deze houten carrosserie later meer.

Sommige bezoekers waren bijzonder nieuwsgierig naar de Bugatti Veyron. Jammer genoeg was die juist uitgeleend.
Tijdens de rondleiding viel mij ook op dat de arbeiders die zorgen voor al die mooi afgewerkte producten niet werden vergeten. Op een grote wand in de Galerij staan enkele foto’ van de duizenden werknemers die er werkten of ooit hebben gewerkt.

De volgende halte in de rondleiding was de geschiedenis hoe Joseph-Jean D’Ieteren uit Wallonië kwam en zich vestigde op de hoek van de Blekerijstraat-Broekstraat in het centrum van Brussel rond 1805 om er karrewagens en koetsen te maken, hierbij vertelde Philippe ook hoe sommige benamingen van huidige voertuigen uit die periode kwamen, bijvoorbeeld de tweedeurswagen, de coupé. Deze naam ontleent men aan de feit dat dit oorspronkelijk een model van koest (limousine) was die het helft kleiner was, zogezegd  “in tweeën gekapt”.
Een break is dan afgeleid uit een Nederlands woord “brik” een karrewagen met meerdere banken.
Aan het eind van de 18de eeuw begint de auto-industrie tot leven te komen met als eersten Daimler, Benz, Dion-Bouton ook Belgische ondernemingen als Linon en Dasse beginnen auto’s te produceren.
In deze tijd was het zo, dat de carrosserie niet door de autobouwers werden gemaakt, hiervoor moest men naar carrosserie bouwers als D’Ieteren. De eerste klant Camille Jenatzy : in 1898 vroeg Camille aan D’Ieteren om twaalf chassis te maken voor zijn elektrische aangedreven auto’s.

Een van die wagens was de “Jamais Contente” die voor het eerst sneller dan 100km/u reed. Een tijd bleef men nog koetsen en autocarrosserieën maken, maar in 1910 was het definitief gedaan met het maken van koetsen. Voor sommige wagens werden verschillende carrosserieën ontworpen, één voor de winter en één voor de zomer. Vandaar dat ik in het begin van dit schrijven de melding gaf dat er een houten carrosserie was zonder onderstel.

In 1930 begon men met de invoer van auto’s en vrachtwagens van het merk Studebaker.

Na de oorlog in 1948 had D’Ieteren de vertegenwoordiging voor België van VW verkregen.

In 1949 nauwelijks zeven maanden na de eerste steenlegging ging de eerste assemblagefabriek open. Waar men de VW en Studebaker zij aan zij assembleerde.

In 1966 verdween Studebaker waardoor VW Kever als enig product bloeide.

In 1974 kreeg D’Ieteren het alleenrecht voor de invoer van Audi-NSU. De assemblagefabriek werd nadien overgenomen door VW Wolfsburg.

Een volgende item in het museum werd besteed aan de Volkswagen VW

Een auto die met veel tegen strubbelingen het levenslicht zag was de VW kever. De auto-ingenieur Ferdinand Porsche had in 1922 plannen om een goedkope wagen te maken maar niemand had belangstelling, zelfs zijn eigenwerkgever Daimler had geen interesse dit betekende dan ook het einde van de samenwerking tussen Mercedes-Benz en Porsche.

Bij NSU werden enkele prototypes gemaakt de namelijk Porsche typ 32. Door de overname van NSU door FIAT betekende dit eveneens het einde van de NSU-Volksauto.

In de Galerij D’Ieteren staat er wel een oer-Volkswagen te pronken die door Porsche in opdracht van Hitler in 1934 werd ontworpen. Het moest een “Kraft durch Freude” of KdF-wagen worden. Men had de volgende eisen: snelheid van 100km/u, twee volwassen en een kind kunnen vervoeren, een lucht gekoelde motor hebben, zodat hij s’winters kon buitenstaan en als laatste een klein verbruik hebben.

De wagen mocht niet meer dan 1000 Rechmarks kosten. Het werd de Volkswagen. Er werden voor de tweede wereldoorlog een slechts een paar honderden gemaakt, natuurlijk allemaal voor de Nazi partijbonzen. Tijdens de oorlog werd in die fabriek de Kübelwagens gebouwd.Na de oorlog was Majoor Ivan Hirst de persoon die volkswagen van de ondergang redde en zo de productie heropstarte van volkswagen.

Ook  Porche zelf ontbreken niet in de Galerij :

Een ander deel van de Galerij D’Ieteren is gewijd Audi en hun rechtstreekse voorganger Auto-Union.
Ook met de geschiedenis van Audi kan je veel boeken vullen want deze begint reeds in 1901 als Horch zijn Modell 1 lanceerde. Hier kon Philippe Casse met veel liefde vertellen hoe zijn lieveling : Auto-Union A die tot vreugde van veel fans opnieuw tot leven werd gewekt.

Auto-Union Typ A

Ook hoe afwerking van de Wanderer is verlopen is een heel aparte geschiedenis, misschien niet helemaal naar de zin van Philippe Casse. Maar het moet gezegd worden, het is ook een juweeltje.

Andere Auto-Union/DKW wagens zijn ook vertegenwoordigd in de Galerij, zoals de Snelllaster, de F1 en anderen wagens voor en na de oorlog.

DKW Snelllaster

DKW Front F1

De volledige familie Auto-Union in één zicht :   DKW-Wanderer-Horch en Audi.
Verder waren er nog enkel NSU’s Skoda’s en natuurlijk Audi’s van de nieuwe generatie.

Net voor het einde van de rondleiding werden we nog verrast met een uitzonderlijke wagen, een Lamborghini 350 GT, eigenlijk de enige mooie Lamborghini volgens mijn bescheiden mening.
Hiermee werd de rondleiding beëindigd en kregen we een edel prikkelende drank om het verhaal goed te verwerken. Na een goed gevulde avond en met een mooi boek als attentie konden we huiswaarts vertrekken…

Nico D